2e GLOBAL ATTIC FILMFESTIVAL
Een doe-het-zelfaanpak voor wereldwijde verbinding
Door Robert Sauvey (distributiecoördinator bij Video Pool Inc., Winnipeg, Canada)
Jaar twee:
Al enige tijd waren Val Klassen, administratief coördinator bij Video Pool, en ik van plan om via het centrum een mediakunstfestival op te zetten, maar we werden afgeschrikt door het idee van de enorme hoeveelheid middelen die een festival van vier of vijf dagen zou vergen. Het kost maanden aan planning, vergaderingen en geld om een gemiddeld festival van de grond te krijgen. We wilden plezier hebben en werk uit andere delen van de wereld zien, zonder de enorme inzet aan energie en middelen die een ‘echt’ festival vereist.
Toen ik terugkwam uit Rotterdam en Val vertelde over Global Attic met zijn programma van één avond, vonden we dat dit de perfecte oplossing was.
Samen met Arnold Schalks en Noud Heerkens begonnen we met de planning van het tweede Global Attic Festival, dat in juni 1997 gelijktijdig in Rotterdam en Winnipeg zou plaatsvinden. Het tweede Global Attic bevatte verschillende nieuwe elementen die op beide locaties op het programma stonden: een gelijktijdig transnationaal neurie-concert, twee samengestelde programma’s met werken voor één scherm, en een vertoning van Wanda Koops video-installatie ‘See Everything See Nothing’. Deze uitwisselingen bevorderden wereldwijde verbindingen die werden gesymboliseerd door de heteluchtballon tijdens het eerste Global Attic. In Rotterdam vond het evenement plaats op de zolder van Arnold en in Winnipeg werd het gehouden in het Underground Café en de Ace Art-galerie. Ace Art was mede-sponsor van het evenement.
De voor het festival gepresenteerde werken werden geselecteerd door een curator uit elke stad. Noud Heerkens was curator van het Rotterdamse deel en Gilles Hebert van het programma in Winnipeg. Heerkens is een filmmaker wiens programma bestond uit werken die op film en video waren opgenomen. Het programma van Hebert bestond uit werken die waren geselecteerd uit de collectie van Video Pool en bood een breed scala aan stijlen in de videokunst. De avond begon met Heerkens’ eigen werk ‘What about Perversity in Winnipeg?’, waarmee de toon werd gezet voor wat nog zou volgen.
De curatoren selecteerden werken die ingingen op geografische locatie en bertrokken culturen. Zo werden we in ‘Dag Roelie’ van Sander Blom en Mels van Zutphen, ‘Maas Observation’ van Greg Pope en Karel Doing, en ‘Santosha’ van Val Klassen, alias Video Val, geconfronteerd met niet-narratieve beschouwingen over de geografische omgeving. Visuele landschappen en auditieve geluidslandschappen lieten me nadenken over het hedendaagse leven op beide plaatsen. Niet alle werken in deze programma’s laten zich eenvoudigweg verklaren aan de hand van hun overeenkomsten. Beide curatoren boden ons programma’s aan die geen uitputtende, of representatieve hedendaagse culturele portretten van een plaats en tijd waren. In plaats daarvan gaven deze programma’s ruimte voor een gevoel van mondiale verbondenheid, of die nu ingebeeld of authentiek was.
Een uniek onderdeel van dit evenement was de transnationale neurie-performance, waaraan ik deelnam. Deze performance maakte deel uit van een reeks neurie-evenementen onder leiding van Val Klassen en John Coutanche. Voor ons festival voerden twee koren, één in Winnipeg en één in Rotterdam, gelijktijdig aan weerszijden van de wereld ‘een binnensmonds experiment’ (in de woorden van Arnold) uit. Terwijl wij ons in Winnipeg om 16.30 uur CST verzamelden in het trappenhuis van Ace Art, waren onze tegenhangers in Rotterdam om 10.30 uur GMT bijeen. Samen neurieden we, waardoor een telefonische en telepathische verbinding ontstond. Door een last-minute tekort aan telefoonlijnen konden de neuriërs elkaar op dat moment niet horen vanuit hun verschillende locaties. Het bleef echter spannend, omdat de hoop om plotseling in een ander land gehoord te worden altijd aanwezig was. Toen we uiteindelijk de band uit Nederland ontvingen, en deze door John Coutanche was gemixt met onze opgenomen uitvoering, was het alsof we in dezelfde ruimte waren geweest.
Toen ik nadacht over deze neurie-uitwisseling, had ik het gevoel dat het in zekere zin verwant was aan mail art-projecten die ik heb gezien, en ook aan e-mail- en tijdgebonden webprojecten. Ik zag ook de verwantschap met andere eenmalige guerrilla-achtige evenementen van Video Pool, zoals Van TV en Video Drive In.
Het hele Global Attic Festival was ontzettend leuk. Kijk uit naar Global Attic 3, waarin we hopen samen te werken met nog een of twee internationale centra, voor nog meer plezier, culturele uitwisseling en neurie-experimenten.
(uit: ‘Poolside’, het Video Pool Magazine / herfst 1997)