|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Vormgeving van het sprookjesconcert door cursisten van de SKVR_Kinderkunstklas van de 'Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam' ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van DoelenEnsemble naar een concept van Hans Koolmees & Caroline Kuijpers. Bijdragen van Richelle Bogisch, Marsal Faiz, Leslie Harbor, Britt van Hees, Kim van Hees, Eli Ophelders, Lubomir Ostachewskij, Lowik Pieters, Bianca Tang, Elise Vaags, Pieta Vis en Amy Wang. Organisatie en coördinatie SKVR/DoelenEnsemble: Caroline Kuijpers. Speellijst: 8 mei 2004 om 13.00 en 15.00 uur, Eduard Flipse Zaal, De Doelen, Rotterdam.
In 2004 viert het DoelenEnsemble het tienjarig bestaan. Een uitgelezen gelegenheid om een project in samenwerking met de SKVR te realiseren. Voor kinderen werd het project ‘Koning-Keizer-Digitaal’ georganiseerd. Het DoelenEnsemble onder leiding van Arie van Beek voerde op zaterdag 8 mei 20O4 om 14:00 en 16:00 uur twee op sprookjes gebaseerde muziekstukken uit in de Eduard Flipse Zaal van de Doelen. Op het programma stonden 'De Nachtegaal' van de Nederlandse componist Theo Loevendie voor DoelenEnsemble en verteller en 'De Drie Gouden Haren van de Duivel', een nieuwe compositie van de jonge Nederlandse componist Edward Top voor DoelenEnsemble, SKVR-Kinderkoor en verteller.
OPDRACHT
Jonge cursisten van de SKVR-Vrije Academie voor Beeldende Kunst werden ingeschakeld om een beeldende bijdrage te leveren aan dit samenwerkingsproject van het DoelenEnsemble en de SKVR-Muziekschool.
BEELDSPOOR
Twee Kinderkunstklassen (7-10 jaar) werden uitgenodigd om tekeningen te maken die zijn geïnspireerd op de in de muziekstukken verwerkte sprookjes. De klas van Jolanda Linssen nam 'De Chinese Nachtegaal' van Hans Christian Andersen onder handen, de klas van Arnold Schalks 'De Drie Gouden Haren van de Duivel' van de gebroeders Grimm. Wat betreft de vorm werd gekozen voor een getekend draaiboek dat de tijdens de concerten door John Buijsman voorgelezen tekst verbeeldt. De tekeningen werden gefotografeerd, gemonteerd en tenslotte als 'beeldspoor', synchroon met de tekst van de verteller, tijdens het concert op een scherm geprojecteerd.
Invulling woensdagmiddagcursus Kinderkunstklas voorjaar 2004
Docent: Arnold Schalks
OPDRACHT
De kinderen die zich inschrijven voor de woensdagmiddagcursus ‘Kinderkunstklas voorjaar 2004’ staat een bijzonder semester te wachten. De klas heeft namelijk de opdracht gekregen om een beeldende bijdrage te leveren aan een samenwerkingsproject van het Doelenensemble en de SKVR-Muziekschool. De kinderkunstklas wordt dit voorjaar dus een beetje een ontwerpbureau.
DOEL(EN)
op zaterdag 8 mei 2004 vindt om 14:30 en 16:00 uur in de Eduard Flipse Zaal van de Doelen een speciaal op kinderen gericht concert plaats. Uitgevoerd worden twee muziekstukken die beide zijn gebaseerd op een sprookje. Het gaat om een bestaande compositie van Theo Loevendie voor orkest en verteller: ‘De nachtegaal’* gebaseerd op een sprookje van Andersen, en een nieuw werk voor orkest, verteller en (SKVR-) kinderkoren van de componist Edward Top, gebaseerd op het sprookje ‘De drie gouden haren van de duivel’** van de gebroeders Grimm.
* Korte inhoud ‘De nachtegaal’
Als de Chinese keizer doodziek is, kan de gouden nachtegaal van de Japanse keizer niet helpen, maar misschien wel het wondermooie gezang van de verdreven echte nachtegaal.
** Korte inhoud ‘De drie gouden haren van de duivel’
Een slechte koning probeert zijn schoonzoon uit de weg te ruimen door hem drie haren van de duivel te laten halen. Door dapper en goed te zijn voert de jongen alle moeilijke opdrachten die hij op zijn weg tegenkomt goed uit, zodat hij uiteindelijk de koningsdochter veilig in zijn armen kan sluiten.
BEELDSPOOR
De Kinderkunstklas is uitgenodigd om tekeningen te maken die zijn geïnspireerd op de in de muziekstukken verwerkte verhalen. Wat betreft de vorm van deze bijdrage zal worden aangestuurd op een getekend draalboek, dat de, tijdens de stukken door de verteller voorgelezen, tekst verbeeldt. Er zal met materialen gewerkt worden zoals conté, viltstift, oostindische inkt en, als dat mogelijk is, met grafische technieken zoals monoprint en linoleumsnede. Hoofdzaak is, dat de beelden helder werken, rijk aan contrast zijn en onder alle omstandigheden ‘goed’ overkomen bij projectie. De meest geslaagde werken worden gefotografeerd, in overleg met de makers ‘gearrangeerd’ en tenslotte als ‘beeldspoor’ tijdens het concert op de wand achter het ensemble geprojecteerd.
BEELDPLUS
In het verlengde van deze opdracht wordt de cursisten de mogelijkheid geboden een bijdrage te leveren aan het programmaboekje en/of een affiche te ontwerpen. Die bijdrage kan varieren van het plaatsen van al bestaande of aangepaste illustraties tot het volledig verzorgen van de opmaak van het affiche of boekje. Of dit deel van de opdracht wordt vervuld, hangt af van de motivatie van de kinderen en de beschikbare tijd.
TIJDPLAN
Tot aan de uiterlijke inleverdatum voor het drukwerk zijn er negen cursuswoensdagmiddagen: op 4, 11, 18 februari en op 3, 10, (17*,) 24, 31 maart.
(*) op 17 maart ben ik in het buitenland en word ik vervangen door docent Jozef van Rossum.
Op woensdag 7 april moet het ontwerp van het affiche en eventueel het boekje klaar zijn. Als de kinderen er plezier in hebben zullen al die negen cursusmiddagen besteed worden aan dit project. Op de woensdagmiddagen 14, 21 en 28 april is er dan ruimschoots de gelegenheid om met behulp van een computer aan de timing en de volgorde van het ‘beeldspoor’ te knutselen.
INTERACTIE
Voor een soepele voortgang van het project is het van belang, contact te houden met de andere betrokkenen bij het project. Als aanvulling op het scheppingsproces en om een completer beeld te krijgen van dit veelomvattende project zouden de Kinderkunstklassers te zijner tijd een repetitie van het Doelenensemble en de kinderkoren kunnen bijwonen, er de componisten ontmoeten en de uitvoeringsplek kunnen verkennen.
Er was eens een vrouw die een kindje kreeg. Het was niet zomaar een kindje, het was een gelukskindje. Er werd voorspeld dat dit kindje, als hij veertien jaar was, zou trouwen met de dochter van de koning.
Een paar dagen later kwam de koning, vermomd als burger, in het dorpje. Hij hoorde de mensen praten en vroeg wat er aan de hand was. 'Er is een geluksjongen geboren', zei een dorpeling, 'en er is voorspeld dat hij op zijn veertiende de dochter van de koning zal trouwen.' De koning schrok. Hij wilde helemaal niet dat een boerenzoon met zijn dochter zou trouwen en daarom besloot hij het kind te doden.
Hij ging naar de ouders en vroeg hen het kind aan hem te geven. Hij zei: 'Laat mij voor jullie kindje zorgen. Jullie zijn zo arm'. Eerst wilden de ouders dat niet, maar toen de koning hen geld gaf, dachten ze: 'het is toch een gelukskind. Het zal wel goed met hem gaan.' En dus nam de koning het kind mee. Op zijn weg terug naar het kasteel deed de koning het kind in een doos en gooide die in de rivier. Maar de doos zonk niet. Hij dreef een stuk over de rivier en belandde uiteindelijk in het riet, vlakbij een molen. Een molenaarsknecht zag de doos en opende hem. Hij zag de mooie en gezonde jongen en besloot hem aan de molenaar en zijn vrouw te brengen. Deze wilden graag voor het kindje zorgen, omdat zij zelf geen kinderen konden krijgen.
Veertien jaar later was de koning op pad. Het onweerde zo erg, dat hij moest gaan schuilen. Hij kwam bij de molenaarsfamilie. Hij vroeg hen of het goed ging met hun zoon. 'Nee, nee', antwoordde de molenaar. 'Dat is niet onze zoon. Het is een vondeling. Veertien jaar geleden spoelde hij aan in een doos en wij hebben hem opgevoed.' De koning snapte het meteen: het moest de geluksjongen zijn die hij veertien jaar geleden in de rivier gegooid had. 'Molenaar', sprak hij 'zou uw zoon zo vriendelijk willen zijn een brief van mij naar de koningin te brengen?' Natuurlijk deed hij dat voor de koning. De koning schreef een brief naar de koningin: 'Als deze jongen aankomt, moet hij meteen gedood worden. Nog voordat ik terug ben.'
De jongen ging op pad. Hij verdwaalde echter. Gelukkig vond hij in de bossen een huisje en ging naar binnen. 'Ik ben verdwaald en moe', zei hij tegen de vrouw die in het huisje was. 'O jongen', antwoordde ze, 'ga snel weg. Je zit in een rovershol en als de rovers terug komen, zullen ze je doden'. 'Voor de rovers ben ik niet bang, ik wil alleen wat eten en slapen'. De vrouw had medelijden en gaf hem eten en liet hem slapen.
Toen de rovers terug kwamen, was de roverhoofdman kwaad. Hij keek wat de jongen bij zich had en zag de brief van de koning. Hij opende deze en las hem. De roverhoofdman, een stoere kerel, had zowaar medelijden en verwisselde de brief met een brief waarin stond dat deze jongen direct met de prinses moest trouwen als hij aankwam.
De volgende ochtend ging de jongen nietsvermoedend verder en kwam aan bij het kasteel. De koningin las de brief en liet gebeuren wat er in stond. De jongen trouwde met de prinses. Ze waren samen heel gelukkig.
Op een dag kwam de koning thuis van zijn reis. Hij zag de jongen en vroeg de koningin waarom ze niet had gedaan wat hij gevraagd had. Ze liet hem de brief zien. 'Ze moeten zijn verwisseld!' riep de koning.
Hij liet de jongen bij hem komen en zei: 'Niemand trouwt zomaar met mijn dochter. Alleen degene die mij drie gouden haren van de duivel brengt, mag haar man worden'. Hiermee hoopte hij dat de jongen zich terug zou trekken, maar deze zei: 'Als u het zo wilt, zal ik u drie gouden haren brengen. Ik ben niet bang voor de duivel.'
De volgende dag ging hij op reis. Bij de eerste stad kwam hij bij de poortwachter. 'Wat is je beroep en wat weet je?', vroeg hij aan de jongen. 'Ik weet alles' antwoordde de jongen. 'vertel mij dan, waarom de fontein, die eerst wijn spoot, nu zelfs geen water meer heeft.' 'Als ik terug kom zult u het weten', zei hij en ging verder. Hij bereikte een tweede stad en de poortwachter vroeg hem: 'Wat is je beroep en wat weet je?' 'Ik weet alles' antwoordde de jongen. 'Vertel mij dan, waarom onze boom, die eerst gouden appels gaf, nu zelfs geen bladeren meer heeft.' 'Als ik terug kom zult u het weten', zei hij en reisde verder. Toen kwam hij bij een rivier, die hij moest oversteken. Ook de veerman vroeg hem wat zijn beroep was en wat hij wist. 'Alles weet ik' zei hij weer. 'Vertel me dan jongen, waarom ik steeds heen en weer moet en nooit wordt afgelost.' De jongen antwoordde: 'Als ik terug kom zult u het weten'.
Toen ging de jongen de hel binnen. Het was er zwart van het roet en de duivel was niet thuis, maar zijn oma zat er in een grote leunstoel te breien. 'Wat doe je hier!' riep ze uit. 'Ik moet drie gouden haren van de duivel hebben, anders kan ik mijn vrouw niet houden'. De oma vond de jongen er leuk en aardig uitzien en besloot hem te helpen. 'Ik verander je in een mier, dan kun je je verstoppen en zorg ik voor drie haren. 'Kunt u de duivel ook vragen, waarom de fontein geen wijn meer geeft, de boom geen gouden appels en waarom de veerman nooit wordt afgelost?' 'Dat zijn moeilijke vragen,' antwoordde zij,'maar houd je nu stil en let goed op wat de duivel zegt als ik hem zijn drie gouden haren uittrek.'
'Het ruikt hier naar mensenvlees' schreeuwde de duivel toen hij thuiskwam. 'ach jij, jij ruikt altijd mensenvlees, doe toch rustig en eet je avondboterham', zei zijn oma en hij bedaarde. 's Avonds, toen ze sliepen, trok de vrouw de eerste haar uit zijn hoofd. 'Auw! Waarom doe je dat, waar is dat goed voor?' vroeg de duivel verontwaardigd. 'Ik deed het niet expres, ik droomde en toen trok ik je aan je haar.' 'wat droomde je dan?' 'Ik droomde dat er in een stad geen wijn meer uit de fontein kwam.' 'Ja, die stomme dorpelingen! Ze hoeven alleen de pad te doden, die onder een steen in de fontein zit. Dan zal er weer wijn uitvloeien' lachte de duivel.
Hij viel weer in slaap en niet lang daarna trok de vrouw de tweede haar uit zijn hoofd. Weer werd de duivel wakker, en vroeg nu chagrijnig, of ze er mee op wilde houden. 'Ik deed het niet expres, ik droomde weer'. 'Wat droomde je dan?' vroeg de duivel, die niet graag in zijn slaap gestoord wilde worden. 'Ik droomde, dat in een stad, geen gouden appels maar groeiden aan de boom'. 'Dat komt', zei de duivel, 'omdat er een muis is die aan de wortels van de boom knaagt. Als ze die doden, zal de boom weer gouden appels geven. Maar laat me nu met rust met je gedroom, als je me nog eenmaal stoort in m'n slaap krijg je een draai om je oren!'
Weer viel hij in slaap en voor de laatste maal trok de vrouw een haar uit zijn hoofd. De duivel schreeuwde en wilde haar te lijf gaan, maar de vrouw wist hem te bedaren en zei dat ze droomde. De duivel, die toch wel erg nieuwsgierig was, vroeg haar weer naar haar droom. 'Er was een veerman, die zich afvroeg, waarom hij nooit werd afgelost' 'Die domme veerman!' zei de duivel, 'Als hij het roer aan een ander geeft, is hij vrij en kan hij van zijn boot af'.
De volgende ochtend, toen de duivel weer vertrokken was, veranderde de vrouw de jongen weer terug in een mens en gaf hem de gouden haren. De vragen op de antwoorden had hij allemaal gehoord. Op zijn terugreis vertelde hij de veerman dat hij de eerste die hij weer naar de overkant moest brengen, het roer moest geven, hij vertelde de poortwachter dat hij de muis moest doden en zei tegen de andere poortwachter dat de pad de oorzaak van de droge fontein was. Van de poortwachters kreeg hij als dank twee ezels, met goud beladen.
De koning was jaloers toen het gelukskind terug was. 'Je mag met mijn dochter trouwen. Je hebt de gouden haren gebracht. Maar is er nog meer goud? Waar heb je dat gevonden?' De jongen besloot af te rekenen met de valse en inhalige koning en zei: 'Het goud vind je aan de overkant van een rivier. Een veerman zal je helpen de rivier over te steken.' Snel ging de koning er naar toe en ging op de boot van de veerman. Vlak voor de oever duwde de veerman het roer in de handen van de koning en liep hard weg. En de koning moest van nu af aan heen en weer varen als straf voor zijn zonden. Misschien vaart hij nu nog. Als dat zo is, dan komt dat omdat niemand hem het roer afgenomen heeft.
Interview met Eli Opheiders over deelname aan de Kinderkunstklas bij Arnold Schalks in het voorjaar van 2004.
Wat was er zo bijzonder aan deze kinderkunstklas?
- We deden mee aan een opvoering die in De Doelen te zien was, terwijl je anders alleen maar mee doet met een groepje kinderen waarbij je voor je lol kunt tekenen en verven.
Wat was dat dan voor een uitvoering?
- Hij ging over het sprookje “De drie gouden haren van de duivel”. Ieder kind kreeg een eigen rol. Ikzelf speelde de Duivel.
Hoe werden de rollen dan verdeeld?
- Arnold vroeg wie welke rol wilde. Als meer dan een kind het wilde, werd er geloot door een getal onder de tien te raden en bij de Duivel won ik dus!
Wat gingen jullie doen met die rollen?
- Arnold maakte foto’s van ieder kind in een situatie uit het verhaal, Voor de Duivel waren dat er drie: dat hij boos thuis komt, dat hij een droog boterhammetje eet en dat hij slaapt. Daarna tekende je het hoofd van je personage op een doorzichtig vel waaronder een foto van je eigen gezicht lag. Je bewerkte dus op dat doorzichtige vel je eigen gezicht zodat het eruit kwam te zien als jouw rol, als de Duivel dus.
Hoe zag jouw duivel eruit?
- Een geheel rood hoofd, aan een oor een oorring, twee horens op zijn hoofd waaraan een rond puntje zat en een sikje. op zijn hoofd natuurlijk drie gouden haren.
Tekende je alleen maar de Duivel?
- Nee, ik tekende ook twee achtergronden. De hel en het slaapkamertje van de Duivel.
Wat gebeurde er met de tekeningen?
- Voor de voorstelling bewerkte Arnold de achtergronden door de zwarte potloodlijntjes wit te maken en de witte vlakken zwart, want ik werkte in zwart/wit en bij de voorstelling was de achtergrond zwart met witte lijnen en zo had ik het eigenlijk niet getekend. Arnold stelde dat zelf voor, dan hoefde ik het niet in te kleuren, want ik had toch al heel veel werk omdat ik als enige drie foto’s had die ik moest bewerken en dat vond ik een goed idee.
En de Duivel?
- Die bleef gewoon in kleur met zwarte potloodlijntjes. Steeds als de oma van de Duivel een haar uittrok in het verhaal had Arnold een haar weggehaald uit mijn tekening. Dat was heel goed want dat paste precies in het verhaal.
Hebben jullie heel de cursus aan de voorstelling gewerkt?
- Nee, we hebben tussendoor ook wat andere opdrachten gedaan zoals een bloemenvaas schilderen en een stad tekenen. Arnold zette een tafel neer met potten en pannen en een kandelaar en een laars en andere spulletjes en die moest je tekenen als gebouwen op een eiland.
Wat vond je ervan om mee te werken aan een voorstelling?
- Het was heel erg leuk om te doen omdat tekenen mijn grootste hobby is en bij zo’n voorstelling komen heel veel mensen kijken die dan mijn tekeningen zien. Dat gebeurt anders nooit. In De Doelen was er ook een verteller bij en muziek, daardoor weten de mensen wat er gebeurt en door de muziek wordt het leuker, want die laat horen wat er gebeurt, net als op de televisie, als er iets spannends gebourt, hoor je ook spannende muziek.
Was je verrast door de voorstelling?
- Ik wist niet hoe het eruit zou komen te zien, ik wist natuurlijk welke tekeningen er gemaakt waren maar ik wist niet wat Arnold allemaal had veranderd aan de tekeningen. De voorstelling was heel erg mooi.
Kreeg je nog iets extra’s?
- Ja, we kregen een CD-Rom waarop alle plaatjes stonden die ook werden vertoond bij de voorstelling plus een boekje met de tekst die verteller voorlas. Dan kun je thuis altijd de voorstelling nog eens zien en laten zien aan anderen die niet in De Doelen waren. Jij bent dan de verteller en wie kijkt mag steeds klikken om verder te gaan naar het volgende plaatje.
Heb je veel nieuws geleerd in de kinderkunstklas?
- Ik heb voor het eerst met een kroontjespen en inkt getekend en met een bamboepen. Ik had ook nog nooit een stad getekend van spullen die geen stad zijn. Arnold heeft wel eens tegen me gezegd dat hij steeds probeerde een opdracht te vinden die moeilijk voor me was. Zo moest je een keer met ecoline gewoon maar wat doen, vlekken maken, iets tekenen waarvan je van te voren helemaal niet weet wat het wordt, want vaak ga je iets tekenen en dan weet je al wat je gaat maken. Toen dus niet en het werd een op tilt geslagen sateliet die neerstortte in de woestijn. Die opdracht was wel een beetje moeilijk omdat ik toen niet kon tekenen wat ik wilde. Je hoofd leegmaken en nergens aan denken kan ik wel, maar het moeilijke was dat ik niet van te voren mocht verzinnen wat het werd. Bij Jozef die Arnold verving heb ik een linosnede gemaakt.
Zou je nog eens mee willen doen aan de Kinderkunstklas?
- Ja, dat lijkt me heel erg leuk vooral als er een voorstelling bij is omdat je dan weet waarvoor je tekeningen gebruikt worden en omdat veel mensen dan kunnen zien wat je hebt gemaakt. Op het kunstweb in het gebouw kun je de tekeningen ook bekijken, maar daar komen minder mensen en er is geen muziek bij.
Verteld op 2 juli 2004 aan Patricia Ophelders
Cahier waarin de door Edward Top bewerkte tekst van het sprookje ‘De Drie Gouden Haren van de Duivel’ is afgedrukt, zoals die werd voorgelezen op het concert ‘Koning-Keizer-Digitaal’. Binnenwerk: laserprint, afmetingen (b x h): 148 x 210 mm, 12 pagina's, geniet Omslag: Inkjetafdruk op luxe fotopapier met 1 kleurenafbeelding. Oplage: 25 stuks. © 2006, Rotterdam, Arnold Schalks.