|
< VORIGE PROJECT
|
VOLGENDE PROJECT >
|
Vijf ingesproken tekstbijdragen voor een luisterboek op uitnodiging van beeldend kunstenaar Carsten Schulz. Verschijningsdatum: maart 2002, "dizzy..." Verlag Hoffeldstraße 56, Düsseldorf.
ICH WEIß NICHT, WAS SOLL ES BEDEUTEN... (IK WEET NIET WAT HET MOET BETEKENEN...)
1. DIE KUNSTPAUSE
(Letterlijk: 'de kunstpauze' / Nederlands equivalent = 'een voor het effect ingelaste, niet noodzakelijke pauze in een toespraak')
Dat woord spreekt toch voor zich!
Ik vat het op als een onderbreking van het cultuurcontinuum.
Het gaat hierbij vermoedelijk om een of andere tijdelijke vorm van filmstop, poëziepoverte, muziekmisère, romanrust, scheppingsluwte, sculptuurstilte, auteursverlof of schilderslapte.
Een korte flauwte in de kreatieve kringloop.
Een volstrekt natuurlijk verschijnsel.
Een begrijpelijke noodzaak.
Zoals elke vocalist een adempauze nodig heeft om de volgende frase kunstig vorm te kunnen geven, zo zijn er vast nog meer kunstdisciplines waarin men een vergelijkbare aanloop nodig heeft om de sprong naar de volgende creatie te kunnen maken.
Dat zou toch een plausibele verklaring van het begrip kunnen zijn, of niet?
....
....
Maar achteraf lijkt me dat woord toch een tikje te stijf om een moment van 'zich artistiek schrapzetten' te beschrijven.
....
Het heeft iets bureaucratisch.
....
Iets zuinigs.
Iets chagrijnigs, zoals een van hogerhand uitgevaardigd decreet.
....
Heb ik onbewust een uitroepteken in het woord gehoord?
Zoals in 'Hou op met schilderen!' of 'Leg neer die pen!'?
....
Het klinkt alsof jullie cultuurtrek een verzadigingspunt heeft bereikt.
Zou de uitspraak van Joseph Beuys dat ieder mens een kunstenaar is tot artistieke overproduktie hebben geleid?
Zou een stopstipendium als ontmoedigingsprijs voor zoveel kunstenaars dan niet het aangewezen instrument zijn om de dreigende kunstvloed in te dammen?
> zie: 'media'
ICH WEIß NICHT, WAS SOLL ES BEDEUTEN... (IK WEET NIET WAT HET MOET BETEKENEN...)
2. AUS DEM LETZTEN LOCH PFEIFFEN
(Letterlijk: 'uit het laatste gat blazen' / Nederlands equivalent = 'op zijn laatste benen lopen')
Nou, het komt gelijk weer helemaal terug.
Mijn herinneringen aan de blokfluitles van vroeger, bedoel ik.
'De Toonkunst' heette de muziekschool waarop we verplicht les hadden. Ik zal toen een jaar of 9 geweest zijn.
Privéles zat er voor mij niet in, dus dat betekende dat je een middag per week met een groep van 50 minderjarige lotgenoten in één klaslokaal bijeengeperst werd. Ik weet noch precies hoe een groenig licht door de glas-in-lood-ramen viel, waardoor een soort onderwateratmosfeer ontstond.
Bij binnenkomst leek de lucht er een hogere dichtheid te hebben, wat je het gevoel gaf, dat je naar je plek moest waden. Misschien klopte dat gevoel ook wel en was die hogere dichtheid het gevolg van het feit dat er in deze ruimte voortdurend geblazen werd.
Een hoog lokaal was het, met trapgewijs oplopende banken. Een soort collegezaal met hardhouten meubilair en weinig stoffering om onze prille blaaspogingen akoestisch te dempen. Het lawaai bij de klassikaal gespeelde oefeningen was dan ook oorverdovend. (Misschien is dat de reden waarom ik nog regelmatig naar de huisarts moet om mijn oren uit te laten spuiten.)
Voordeel van die situatie was dat je, als je je les niet had geleerd, kon volstaan met het opbollen van je wangen, terwijl je je vingers een beetje op en neer bewoog. Een vorm van droogzwemmen. Niemand merkte dat je niet echt speelde.
En het kwam vaak voor dat ik mijn les niet had voorbereid, omdat onze hond Arnold het geluid van mijn fluit niet kon uitstaan. Ik hoefde maar naar mijn blokfluitfoudraal te wijzen of hij begon al te grommen.
We hebben hem uiteindelijk naar het asiel moeten brengen.
Maar even terug naar jullie opgave. Daarvoor moet ik me even het instrument voor de geest halen. Wacht even, dan haal ik de fluit van mijn dochter.
......
Bedoelen jullie het gat daar onderaan?
Dus deze toon?
Dat is toch een C?
Of niet?
ICH WEIß NICHT, WAS SOLL ES BEDEUTEN... (IK WEET NIET WAT HET MOET BETEKENEN...)
3. DIE SAU RAUSLASSEN
(Letterlijk: 'de zeug uitlaten' / Nederlands equivalent = 'de beest uithangen')
Ik wist dat Duitsland een 'fleischgeiles' land is, dus dat fenomeen verbaast me helemaal niks.
Dat Duitse vleesdenken kan soms heel ver gaan.
Ik ken bijvoorbeeld iemand uit Schwaben die, als hij verbaasd is, in plaats van 'meine Güte!', 'meine Kotteletten!' uitroept.
Dat zegt toch wat, nietwaar?
Nog een voorbeeld van typisch Duitse voedingswaar is 'Fleischkäse'.
Het zou in onze Hollandse kaaskop niet opkomen om, zeg maar, vlees in onze Goudse te stoppen.
Frau Antje zou amok maken.
Die nationale voorkeur voor vlees heeft blijkbaar tot een andere kijk op dieren geleid.
Wat mij betreft mag je onze gezamenlijke veestapel als een enorm collectief van orgaandonoren beschouwen, ook al dragen ze geen van allen een donor codicil op zak.
In vergelijking met hen zijn wij maar een stelletje inhalige rechtop lopende slokdarmen.
Die onbaatzuchtige gulheid van de dieren verplicht ons tot een wederdienst.
Misschien is er daarom de laatste tijd ook een mentaliteitsverandering op gang gekomen.
De mensen verleggen hun aandacht steeds meer van het grote naar het kleine.
De staat van oorlog in de bioindustrie begint langzaam te wijken voor de wapenstilstand van de scharrelveehouderij.
De consument is inmiddels best bereid om wat meer te betalen voor waren met een persoonlijk tintje.
Een schnitzel van varken Edith smaakt psychologisch toch beter dan een steak van kavel E 1245, toch?
Het voelt beter als je weet dat de schnitzel die je eet ooit deel uitmaakte van iets met een naam.
Het persoonlijke spreekt aan, kennis schept een band.
Het past in de traditie van kennissen van mij die er, naast een kleine biologisch boerderij, twee zonen en een dochter op na houden.
Toen de zonen de rookgerechtigde leeftijd hadden bereikt wilde ze 'grass' roken.
Dat mochten ze alleen als ze hun eigen hennep zouden kweken en verzorgen.
Ze hebben in Holland voor een aanzienlijk vermogen cannabiszaad aangeschaft en na een kleine twee jaar verzorgen inmiddels heel blowend Niedersachsen.
....
En ook, toen hun dochtertje een hondje als huisdier wilde mocht dat alleen als ze het zelf zou verzorgen en uitlaten.
Kwestie van consequentheid, niet waar?
Ik vind het dan ook een goed initiatief dat de bioboer af en toe de zwijnlijn pakt en de zeug uitlaat.
sich widersprechend:
aufschliessen
runtersteigen
losbinden
zusammenschneiden
deutsch 'entbinden' heisst auf holländisch 'bevallen'
holländisch 'ontbinden' heisst auf deutsch 'verwesen'
deutsch 'doof' heisst auf holländisch 'gek'
holländisch 'doof' heisst auf deutsch 'taub'
deutsch 'billig' heisst auf holländisch 'goedkoop'
holländisch 'billijk' heisst auf deutsch 'gerecht'
deutsch 'bloß' heisst auf holländisch 'slechts'
holländisch 'bloot' heisst auf deutsch 'nackt'
deutsch 'Mist' heisst auf holländisch 'mest'
holländisch 'mist' heisst auf deutsch 'Nebel'
deutsch 'Kachel' heisst auf holländisch 'tegel'
holländisch 'kachel' heisst auf deutsch 'Ofen'
B
Die Brandstiftung is keine Stiftung die sich mit Brand auseinandersetzt.
Brieftaschen sind keine Taschen für Briefe.
In der Baumschule werden keine Bäume unterrichtet.
Ein Baum lässt sich nicht scheren um Baumwolle zu erhalten.
Bergbau findet nicht auf einem Berg sondern tief unter der Erde statt.
Bei einer Bettwäsche wird nicht das ganze Möbel gewaschen.
Biereifer würde es in Holland nicht geben weil drüben Bier Männer müde macht.
D
Dementieren heißt nicht vergesslich werden wegen des Alters.
Eine Dichtungsmasse muss man nicht als Silikonenvers verstehen.
Nicht alle Pförtner heissen Dietrich.
Nicht nur Bananenzüchter machen krumme Dinger.
Drangsal heisst nicht die Philipshalle bei einem Konzert von den Toten Hosen.
Ein Drecksack ist nicht eine Lufthansa Kotztüte.
Die Durststrecke ist nich der Abstand zwischen Fernsehstuhl und dem Kühlschrank.
E
Die Tatsache daß der Brandenburger Tor von allen ist schliesst nicht aus das es auch Eigentore gibt.
In die Eier treten heißt nicht unvorsichtig umhergehen im Hühnerhaus.
Ein Einsteiner ist ein Ring mit einer Brilliante.
Wenn von einem Elfenbeinturm die Rede ist soll man nicht sofort das World Wildlife Fund anrufen.
Ein Kondom ist keine Erlebnisdichtung.
Europameister sein hat nichts mit Wim Duisenberg zu tun.
F
Der Fadenkreuz ist nicht das armselige Altarstück einer bedürftigen Kirchengenmeinde.
Für eine Familienanzeige muss man nicht unbedingt zur Polizei.
Es ist nicht das Hauptziel einer Taxizentrale eine fahren zu lassen.
Fahnenflucht ist nicht das was passiert wenn einer Parade bei Windstärke 11 gehalten wird.
Ein Fastnachtsball is nicht identisch mit einer kalten Frikadelle.
Feierabend is nicht das gleiche wie Sylvester nur weil Feier großgeschrieben wird.
Die Fensterladen sind keine Geschäfte für Fenster.
Ein Frauenzimmer ist kein Gemach für auschliesslich frauen.
Fernweh
Festpreis
sich flach legen
Flurbereinigung
flöten gehen
flüsterlaut
Freiraum
Fremdenzimmer
Friedfisch
frohlocken (Friseur)
Frontlader (keine Kanone)
Fünfmeterraum (voetbaldoel)
G
Gabelstapler
Gartenschläfer
Gedächtniskonzert
Geheimratsecken
Geldfrage (Bettler)
Gemeingut
Geruchsverschluss (Schnupfen)
Glashütte
Gläubiger
glatterdings (Bügeleisen)
Götterdämmerung
Grunddeutsch
Grundsubstanz
Gummizelle
Gummiadler
H
Heidenarbeit
Heimatdichtung
Hochstapler
Hohlraum
Holzstoß
Holzweg
in die Hose gehen
Hungerkünstler
J
Jägermeister
Jägerschnitzel
jwd
K
Kammergericht
Kampfgericht
Kannbestimmung
Kapitalfehler
Kardinalfrage
Karteileiche
Kiefernspanner
Kindspech
Klangkörper
Klappzylinder
Klingelzug
Knochenmann (Metzger)
Knotenamt
Kommafehler
Kontoführer
Kopfbahhof
Koteletten
Kotflügel
Kotzbrocken
Kratzbürste
Krawattenzwang
Krisenherd
Kronenmutter
Kübelwagen
Künstlerpech
Kunstpause
Kurzwaren(abteilung)
Kurzschlusshandlung
L
Langfinger
Laternenumzug
Laubenpieper
Laufruhe
Lautbildung
Lautmalerei
Leerlauf
Leib und Magen
Leimzeichen
Leitplanke
Lichtpause
Lichtschranke
Liebestöter
Linksausfall
Linsensuppe
aus dem letzten Loch pfeifen (Blockflöte)
Lokaltermin
Löschpapier
Lufthunger
Luftzug
M
Manteltarif
Metzgergang
Mitläufer
Mundart (Mundmalerei)
Musikantenknochen
N
Nachleben
Nachtbar
Nebenfrau
Negativbeispiel
Nervensäge
Nichtachtung
Nichtschwimmer
Null Null
O
Oben-ohne-Bedienung
Oberstimme (Kellner)
Obstmesser (meten)
Ohne-mich-Standpunkt
Ohrstecker
Organspender (Schwein/Rind)
P
Pechnase
Pferdekuß
Phänomelogie
Postwesen
Präventivverkehr
Q
Quellenforschung
Querhaus
R
Rasierplatz
Rechentechnik (harken)
Rechtslage
Regierungssitz
Reizwäsche
Restalkohol
Rettungsbombe
Rettungsschuss
Rokokokomode
Rollfeld
Rotlichtsünder
Rotrückenwürger
Rückschluss
Rufzeichen
rummachen
S
Sachbuch
Sackgasse
Sägeband (Tonband)
in den Sand setzen
Sauladen
Schäferstündchen
Schallwandler (DJ)
Schallschwelle
scharfmachen
Schattenriss
Schaumschläger
Schauspieler
Scheinproblem -lösung
Scheitelkreis
Scheusal
Schlafzentrum
Schlüsselindustrie
Schnapsfahne
Schneebesen
Schnitzelbank
Schnursenkel
Schokoladenseite
Schrankenlos
Schraubenzieher
Schuldrama
Schussschwäche
Schwarzmaler
Selbstzünder
Spielbein
Sprachraum
Sprachschranke
Sprechmuschel
Sprechzelle
Steinbruch
Sternstunde
Steuererklärung (Linksabbieger)
Strickleiter
Suchlauf (Stadtbummel)
T
Tagebau
Tierversuch
Tischläufer
Tochtersprache
Tordrang
Trockenstraße
Trockenzeit
U
Unglücksmaschine
Untermalen
Umwelt
V
Verbrecheralbum
Verdachtsmoment
Verdichtungsraum
Verdinglichung
Verlustbetrieb
Vernunftglauben
Versandkasten
Versorgungseinheit
Versprecher
Vertretungsstunde
Verursacherprinzip
Verwirrspiel
Verzimmerung
Volksgericht
Vollzugsmeldung
voraussetzen
Vorschlagswesen
vorwegnehmen
W
Wahlausgang
Wahlurne
(jemand nicht) das Wasser (reichen können)
Wasserlinse
Wattenmeer
Wechselverkehr
Wegzug
Weichzeichner
Weinkrampf
Weltkörper
Wendehals (weh)
Wurfbahn
Z
Zeitfrage
Zuchthaus
Zündhilfe
Zweistärkenglas
Zweitfrisur
Zwischending
(Nederlanders speculeren over de betekenis van een voor hen onbekend Duits (spreek)woord) 5 tekstfragmenten van Arnold Schalks, ingesproken door: Pim van Halem, Marie-Marth Prins, Jozef van Rossum, Landa van Vliet & Niel de Jong.